Uitstel

Het vaccineren van de ouderen wordt uitgesteld omdat er minder vaccins geleverd worden dan verwacht. De opening van de scholen wordt uitgesteld omdat er onzekerheid is over de besmettelijkheid van de Britse variant. Kerkelijke activiteiten worden uitgesteld, omdat samen komen niet verantwoord is. En verjaardagen, afscheidsfeestjes, jubilea: ze worden ook uitgesteld. Alleen begrafenissen gaan door, zij het in besloten kring. We leven in de tijd van het uitstel. Maar kunnen we dat? Hebben we dat geleerd? We begonnen er juist aan te wennen dat wat je voor elven besteld hebt de volgende ochtend op je stoep staat. En nu vragen zelfs de pakketbezorgers ons een beetje geduld. Wie leert ons dat? “De cursus omgaan met teleurstellingen gaat wederom niet door,” is een boektitel van Herman Finkers. En die ene titel zegt genoeg. Die mag als opschrift boven dit jaar.

Of mag het ook de titel van de Bijbel zijn? Welbeschouwd zou je de hele kerkgeschiedenis een cursus in omgaan met teleurstellingen kunnen noemen. Dat begon al met de belofte van Jezus dat het Koninkrijk der hemelen nabij is. “Ik verzeker jullie: sommigen van de hier aanwezigen zullen niet sterven voor ze de komst van de Mensenzoon en zijn koninklijke heerschappij hebben meegemaakt,” zegt Hij in Matteüs 16:28. En toch duurt dat nu al tweeduizend jaar en zijn die aanwezigen waar Hij van spreekt al lang gestorven en begraven. En we wachten nog steeds. Het is uitstel op uitstel. Daar zijn de beloftes van Hugo de Jonge niets bij.

Jezus staat hiermee overigens in een lange traditie. Het volk Israël trekt opgetogen uit het land Egypte het beloofde land tegemoet. Maar eerst komt de woestijn: veertig jaar. En daarna nog eens woestijn: veertig jaar. En dan zijn ze er nog niet. En als het wel zo lijkt te zijn, met het koningschap van David en Salomo, dan breekt het rijk al snel in tweeën en gaat het verder richting ballingschap. Het geloof leeft van de belofte, niet van de vervulling.

En dan kunnen we nog een stap verder terug in de geschiedenis, want ook de aartsvaders van Israël kregen van de vervulling van de hen gedane belofte niet veel te zien. Abraham werd het land beloofd waar hij slechts als vreemdeling heeft rondgezworven en zijn kleinzoon Jacob stierf ver daar vandaan in Egypte. En als je op die manier teruggaat in de tijd, dan zie je het vanaf het eerste begin. Was niet de schepping zelf al een belofte die in duigen viel voor zij werkelijkheid werd?

Geloven in de God van Israël is leren leven met het uitstel. Daar komt het zo ongeveer op neer. Of, zoals de apostel Petrus het voor ons omdraait: de Heer geeft ons nog wat extra tijd. We moeten wat langer wachten, in de hoop dat we die tijd gebruiken voor iets goeds. Naar dat goede moet je in deze dagen zoeken. Soms ligt het zomaar voor je: de buren vragen of je hun boodschappen wilt doen, omdat zij zelf in quarantaine zijn. Maar vaker weet je gewoon even niet wat je doen moet, denk je dat geen mens je nodig heeft. Dan is het tijd om naar binnen te keren, de woestijn in te gaan. De Veertig dagen voor Pasen zullen ons meer dan ooit uitdagen om bewust die weg te gaan. Want het is een keer morgen. Eens zal het Pasen zijn. Maar tot die tijd: twintig eeuwen vol heiligen en alle aartsvaders, profeten en apostelen daarvoor leiden ons graag op in de kunst van het leven met het uitstel. Op afstand dan, want de deuren van het lesgebouw, de kerk, blijven tot nader order gesloten.

ds. Riemer Praamsma

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.