uit Geandewei april 2020

Op een van die dagen stapte hij in een boot,
samen met zijn leerlingen,
en zei tegen hen:
‘Laten we naar de overkant van het meer gaan,’
en ze voeren het meer op.
Onderweg viel hij in slaap.
Er kwam een wervelstorm opzetten,
zodat de boot water maakte en dreigde te zinken.
Ze maakten hem wakker en riepen:
‘Meester, meester, we vergaan!’
Hij stond op en sprak de wind en de golven bestraffend toe.
Daarop ging de wind liggen en kwam het water tot rust.
Hij vroeg hun: ‘Waar is jullie geloof?’
De leerlingen waren geschrokken en zeiden vol verbazing tegen elkaar:
‘Wie is hij toch, dat zelfs de wind en het water zijn bevelen gehoorzamen?’
(Lucas 8:22-25, NBV 2004)

Waar is m’n geloof?

Ik schrijf dit stukje op dinsdagmiddag 24 maart 2020. Heel bewust begin ik ermee die datum te noemen, want het geeft aan in welk deel van het verhaal ik nu sta. Dat aanwijzen geeft meteen al een stukje troost: op zekere dag zal het allemaal voorbij zijn en kun je aanwijzen waar het begon en hoe het allemaal ook weer voorbij ging. Wie ervoor staat of er middenin zit kan dat zo nuchter niet. We staan er nu dus nog vóór. Nu u dit leest zitten we er mogelijk al middenin.

Laat ik eerlijk zijn: ik ben geen held. De meesten van u zullen dat ook wel niet zijn. We proberen rustig te blijven. Paniek heeft geen zin. We proberen opgewekt te blijven. Een opgeruimd gemoed is vast minder vatbaar voor het virus. En we proberen vooral ook elkaar niet bang te maken. Maar ergens diep in mij is die angst er wel. Bij wie niet? We hebben ermee te dealen.

Het tegenovergestelde van angst is vertrouwen. In de bijbel wordt dat vaak geloof genoemd, maar beiden gaan terug op hetzelfde woord in het oude Grieks. Vertrouwen kun je niet maken, vertrouwen zit ergens in je. Iemand kan vertrouwen wekken. En misschien alleen de goede Schepper zelf kan ons vertrouwen geven. Het zit ergens diep verborgen in ons hart, op minder dan anderhalve meter van z’n boze broertje angst. En angst besmet zomaar het vertrouwen. Dat het ook andersom kan hoor je niet zo vaak.

We gaan terug naar het verhaal. Comfortabel achter mijn computer constateer ik dat we zijn bij vers 23c: “Er kwam een wervelstorm opzetten…” Verder zijn we hier nog niet. We hebben wel beelden gezien op TV, we zijn dus gewaarschuwd. Maar verder is het nog niet. Voorzichtige mensen als ik voelen al enige angst, anderen klussen zich daar bovenuit: het valt misschien wel mee. Het vertrouwen in mijn hart zegt dat ook, maar niet zonder een schuchtere blik op zijn veel sterkere broer naast hem.

Nu u dit leest bent u aan het eind van vers 23 gekomen: de wervelstorm, het schip dat water maakt en de reële dreiging dat we zinken. Een gebed klinkt uit veler mond, maar durft het vertrouwen van binnen dat nog mee te zeggen? Broertje angst heeft toch gelijk gehad. Vertwijfeld sla ik mijn ogen neer.

Nu komt het erop aan de tekst te lezen. Daarom staat de bijbeltekst ook zwart op wit op papier. Het getuigenis van mensen verwaait in de wind. Vers 25 sla ik over: de angstkreet kent u wel en de goede afloop gelooft u wel.

Nu de vraag waar vers 24 mee begint: “Waar is jullie geloof?” De evangelisten zijn hier duidelijk op zoek geweest naar de juiste woorden. Matteüs, Marcus en Lucas vertellen alle drie dit verhaal. Bij Matteüs verwijt Jezus ons ‘klein geloof’, bij Marcus zelfs ‘geen geloof’. Lucas vult het iets nauwkeuriger aan. Misschien weet hij van zichzelf wel dat het vertrouwen soms wegkruipt in een donker hoekje van zijn hart. Hij is arts en weet hoe gemakkelijk ook het sterkste vertrouwen wordt aangestoken door het virus van de angst. Maar het vertrouwen is er nog! De vraag is alleen: waar? Wie helpt mij zoeken?

Ik denk dat dit de komende weken onze taak is. Met Matteüs en Marcus mogen wij de Heer ons een gebrek aan moed en vertrouwen laten verwijten, met Lucas mogen we ook zijn geloof delen dat dat vertrouwen ergens nog is. Bij elkaar mogen we dat oproepen met een gebed, een kaartje, misschien een telefoongesprek. Verder reikt onze arm op dit moment niet. Maar laten we het daar niet om laten. Als de storm is gaan liggen staat het vertrouwen weer op.

Ik wens, nee bid u allen
veel vertrouwen en goede moed
– ook als is dat diep verborgen –
toe.

ds. Riemer Praamsma