uit Geandewei februari 2020

Vasten

Handenwrijvend zit ik achter mijn computerscherm: de winter vliegt voorbij. Nu ik dit schrijf is het nog ‘Blue Monday’, de meest deprimerende dag van het jaar waarop de goede voornemens zijn vervlogen en het voorjaar nog niet in zicht is, maar wanneer u dit leest is het alweer twee weken verder en komt zelfs de Passietijd weer in zicht. Aswoensdag valt dit jaar op 28 februari, dus dat duurt nu nog een week of drie. Die tijd is zo voorbij.

De Passietijd heeft voor mij zijn eigen bekoring. We gedenken de Passie van de Heer, wiens passie het is om onze passie te delen. En in dankbare gehoorzaamheid laten we daarvoor een stukje van die eigen passie staan. Tenminste: zo wil de traditie van het vasten. In grote delen van de Kerk wordt in deze weken gevast: veertig dagen lang. Wanneer je van Aswoensdag gaat tellen tot Paasmorgen kom je op 46 dagen in totaal, maar de zondagen doen niet mee: op zondag als feestdag is vasten immers taboe.

Het christelijke vasten is doorgaans niet aan strenge regels gebonden. Je eet wat minder, onthoud je van wijn, geeft wat meer aan je naaste of slaat zo nu en dan een maaltijd over. In mijn vorige gemeente (Easterein) was het een geliefd gebruik. Er waren er die veertig dagen lang geen vlees aten. Of veertig dagen geen drank. Er was een echtpaar dat veertig dagen lang geen negatieve dingen zei. Een jongere nam zich voor om op de oneven dagen niet op haar telefoon te kijken. Zelf heb ik eens veertig dagen lang geen koffie gedronken, wat me drie dagen lang een stevige hoofdpijn bezorgde. Het mooiste vond ik het om veertig dagen geen TV te zien. Dat was een ware bevrijding!
Zo’n bevrijding is het denk ik wat de meesten in een vasten zoeken. Vlees, drank, TV, telefoon en lekker eten zijn de goede gaven die de Schepper ons gaf en daar is zeker niets mis mee. Maar op dit moment hebben we van dit alles zo veel, dat je je afvraagt of het niet te veel is. Kunnen we nog wel zonder? Zijn we niet één stap te ver gegaan in het vergaren van kennis en comfort? Het kan hier in ons rijke westen soms voelen alsof je op een feestje jezelf naast een leeg schaaltje borrelnootjes ziet staan. Was jij dat? Ze waren toch niet alleen voor jou bedoeld…
In Easterein was het op een gegeven moment gewoon geworden dat mensen hun vasten deelden met elkaar. Je wist wie zich waarvan onthield, en kon elkaar daarmee stimuleren om vol te houden. Gezien het vermaan hierboven van de Heer hoeven we zo ver niet te gaan, maar een kleine impuls voor de vasten hoop ik u met dit stukje te hebben gegeven. Over de geestelijke vrucht ervan heb ik het dan nog niet eens gehad, maar die volgt zeker in de laatste week voor Pasen.
Waar ik dit jaar met de vasten voor kies, weet ik nog niet. Ik kan er nog wat weekjes over dromen. Alles is goed. En zelfs als het weer de koffie wordt, is het eerste bakje op paasmorgen die drie dagen hoofdpijn meer dan waard.

ds. Riemer Praamsma